Zeventig procent van alle ondernemers die failliet gaan, speelt voordat de curator aankomt voor Sinterklaas. Henk, die altijd zo hard werkte, mag de laptop meenemen en trouwe boekhouder Harry gaat met de Nespresso-machine naar huis. Faillissementsfraude is zo vanzelfsprekend geworden dat we vergeten dat het om strafbare feiten gaat.
Leegtrekken failliete bv’s
Deze week nam de officier van justitie in Arnhem een notoire faillissementsfraudeur op de korrel. In een spraakmakende rechtszaak bekende Sjaak J., een 51-jarige ondernemer uit het Duitse stadje Goch, ruiterlijk hoe hij zijn centen verdiende: met het overnemen en leegtrekken van bijna failliete bv’s. Voorwaar, een florerende handel. In de afgelopen jaren speelde Sjaak bij 38 vennootschappen voor directeur. Zodra de boel verpatst was, liet hij zich op papier vervangen door een kale kip waar niets meer aan te plukken viel. De crediteuren van de bankroete bv’tjes waren letterlijk de Sjaak. Déze Sjaak liep tegen de lamp en hoorde vier jaar gevangenisstraf tegen zich eisen. Maar is hij de enige die dit spelletje beheerst?
Taboe
Geenszins. Sjaak J. maakte zijn business van een praktijk waar vrijwel iedere ondernemer die zijn bedrijf onder zich voelt wegzakken zich aan bezondigt. Ik heb weleens de indruk dat we met z’n allen liever onze ogen sluiten voor de frequentie waarin faillissementsfraude of faillissementsdiefstal voorkomt. Rust er een taboe op dit onderwerp of komt het zo vaak voor dat we blind zijn voor het fenomeen? Bij het sjoemelen met de declaraties richting reisverzekeraars is in de loop der jaren hetzelfde verschijnsel opgetreden. Ga maar na. Wie roept er nog ‘dief!’ wanneer Kees op een verjaardagsfeestje smakelijk vertelt dat hij behalve de daadwerkelijk ontvreemde camera ook nog een dure zonnebril als gestolen opgaf? Juist: alleen domineeszonen en principefetisjisten.
Elke ondernemer ziet faillissement aankomen
De gelegenheid creëert de dief, zoals men zegt, en dat is bij een faillissement niet anders. Een bankroet komt immers niet uit de lucht vallen. Elke ondernemer ziet het faillissement al in de verte aankomen en ook de meeste medewerkers beseffen dat hun baan op de tocht staat. Dus wat gebeurt er? Zo’n ondernemer vindt het triest dat zijn personeel op straat komt te staan terwijl alle laptops, pc’s, kantoormeubels en andere spullen straks voor een appel en een ei worden verkocht. Wat doet hij? Hij schuift zijn beste mensen wat cadeaus toe. ‘Neem jij die laptop waar je elke dag mee werkte maar mee, Henk. En Marco, dat bureau en die dure stoelen kun je vanavond wel komen afhalen, hoor. Ze zullen leuk staan in je werkkamer thuis’. Bij zeventig procent van alle faillissementen kruipt de directeur in de rol van de Goedheiligman. Maar deze Sinterklaas schaft zijn presentjes niet zelf aan, hij steelt ze. Vergeet niet dat het hier gaat om het onttrekken van spullen aan de boedel, oftewel om regelrechte diefstal en verduistering.
Plotselinge vrijgevigheid
Ook kennissen of een loyale leverancier kunnen mee profiteren van de plotselinge vrijgevigheid van de ondernemer die bijna failliet gaat, bijvoorbeeld wanneer deze bij een borrel een goede vriend tegenkomt die zegt op zoek te zijn naar een andere auto. ‘Nou,’ reageert de ondernemer, ‘je hebt geluk, ik moet mijn zaak toch opdoeken. Weet je wat? Mijn auto is ongeveer € 30.000 waard, je mag hem overnemen voor tien mille!’ En een paar dagen later loopt hij een leverancier tegen het lijf die hem, ook toen de zaken bergafwaarts gingen, altijd trouw is gebleven. Punt is: de man heeft nog € 6.000 tegoed en het bankkrediet van het bedrijf is al ingetrokken. De ondernemer weet raad. Juist voordat het faillissement wordt uitgesproken, laat hij de leverancier nog snel wat spullen uit het magazijn halen ter waarde van € 12.000 – relatie gered. Deze handelingen noemen we ‘paulianeus’. De oorsprong van deze term komt uit het Romeinse recht. Om de crediteuren te beschermen kregen de magistraten (de praetoren) de bevoegdheid de ‘actio Pauliana’ toe te passen: wetgeving waarmee de kort voor het faillissement gesloten transacties konden worden vernietigd. Want, helaas moesten schuldeisers ook tweeduizend jaar geleden al aanzien hoe vorderingen hen door de neus werden geboord. Er verandert veel in het leven, maar de natuur van de mens behoort daar niet toe.
Robert Jan Blom